Op excursie gaan is de wereld met andere ogen leren bekijken…

We laten de leerlingen van het 6e jaar als afsluiter van 6 jaar aardrijkskundelessen kennis maken met enkele unieke landschappen in Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Deze uitstap kan wellicht een voorsmaakje zijn van de komende zomervakantie of een inspiratiebron voor wie nog geen vakantieplannen heeft.

Op deze geografische excursie worden landschappen geanalyseerd, landschapselementen geordenend tot een structuur om uit deze ordening de eigenheid van een landschap te ontdekken.

Het landschap zoals we het vandaag waarnemen en beleven is het resultaat van een lange geologische evolutie, waarbij de krachten van de natuur ook vandaag nog verantwoordelijk zijn voor belangrijke transformaties.

Doorheen de geschiedenis heeft de mens dit vroegere natuurlandschap omgevormd tot een cultuurlandschap. Uit het actuele landschap lees je het verhaal van eeuwen menselijke aanwezigheid. Het verband tussen verleden, heden en toekomst wordt bij deze geografische exploratie verrassend duidelijk.

Als geografieleerkrachten hopen we dat deze tocht door schitterende landschappen onze leerlingen ook een dosis bewondering en verwondering voor het mooie en unieke van deze planeet meegeeft en hen de nodige impulsen bezorgt om in de toekomst de tedere broosheid van het milieu te respecteren en te beschermen.

Het gebied van de Moeren is heel bijzonder gebied. De Frans-Belgische Moeren, ook de ‘Grote Moeren’ genoemd, hebben een oppervlakte van 3144 ha (ongeveer 6288 voetbalvelden), waarvan 1/3 op Belgisch en 2/3 op Frans grondgebied.

Vanaf de 12de eeuw wordt dit gebied, onder impuls van grote abdijen, systematisch  als veen-en turfstekerijen geëxploiteerd. Na de uitvening blijft een groot zoetwatermeer achter..

In 1616, onder de regering van de aartshertogen Albrecht en Isabella, wordt een aanvang gemaakt tot drooglegging van het gebied.

Rond de Moeren legt men, over een lengte van 8 km, een dijk aan. Daar rond wordt een brede afwateringsgracht, de Ringsloot gegraven.

Met behulp van 23 windmolens pompt men het water uit het meer in de Ringsloot.

De drooggelegde bodem van het meer wordt in rechthoekige kavels ingedeeld.

Het laatste excusiepunt van de voormiddag is Cap Blanc-Nez, waar we de klifkusten van Groot-Brittannië kunnen zien liggen. We maken een mooie wandeling richting Wissant en kunnen op die manier ook genieten van dit bijzondere landschap, gevormd door afzettingen uit het Krijt die op de zeebodem werden gevormd door afgestorven kalkskeletjes.

Nog even uitleggen dat in Artesië geen rivieren voorkomen omdat de bodem er bestaat uit kalksteen die heel poreus is, het regenwater direct in de ondergrond verdwijnt, en dat daarom de bewoning geconcentreerd is in dorpjes want men kan moeilijk aan water geraken. 

De inwendige mens moet dringend versterkt worden en daarom houden we halt in het kuststadje Wissant ( etymologische verklaring: wit zand ), een aanrader voor iedereen die nog een weekendje vrij heeft deze zomer. Ook hier moeten de leerlingen “punten” geven aan het landschap, en een vergelijking maken tussen dit pittoreske stadje en onze kuststrook die toch wel lijdt aan het Benidorm-syndroom.

We rijden verder naar de Boulonnais en Cap Griz-Nez, waar iedereen onder de indruk is van de grote zandstenen met een doorsnede tot 1 meter die onderaan de klif liggen en waar het hele strand mee bezaaid is. Klauteren, spelen met klei, pootje baden, maar ook voor de zoveelste keer trachten te luisteren naar de leerkrachten die maar van geen ophouden weten.

De klei en de zandstenen van Gris-Nez (met gefossiliseerde mosselen en oesters) zijn sedimenten uit het Jura, ouder dan Blanc-Nez. Van op het strand kunnen we Blanc-Nez en de baai van Wissant mooi zien liggen. Met een verrekijker en goede ogen kan je zelfs even de klifkusten van Groot-Brittanië zien liggen in de zon.

Na een laatste stop bij de steengroeven van La Marquise, rijden we via het binnenland en St-Omer naar Cassel; gelegen op een getuigeheuvel. Tussen St.Omer  en Brussel ligt een streek waarin de Leie, de Schelde en de Dender heel brede alluviale vlaktes hebben ontwikkeld. Behalve in de Vlaamse Ardennen  is het over het algemeen een vrij vlak gebied, met in het reliëf een twaalftal heuvels die sterk opvallen omdat ze een hoogte tot 150 m  bereiken. Merkwaardig is dat al deze heuvels op één enkele oost-west-gerichte lijn zijn gelegen, een kustlijn uit het Diestiaan, 7 miljoen jaar geleden.

Van  op de Casselberg kunnen we  een 5-tal oude Romeinse heirbanen zien liggen die allemaal vanuit Cassel vertrekken. Indrukwekkend..

De leerlingen zijn moe, de leerkrachten ook, de plaatselijke horeca heeft nog wat plaatsjes vrij op de zonnige terrasjes…maar niet voor lang!

74 foto's