Wij gebruiken cookies op deze website om de gebruikservaring te verbeteren. Door het aanklikken van eender welke link op deze website geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.

Rita Smekens met pensioen

Terug naar overzicht

Rita Smekens

 

Na bijna veertig jaar trouwe dienst zwaait Rita Smekens op het einde van dit schooljaar af. Het HZ’tje kon de nationale en internationale pers te vlug af zijn en kan pronken met een exclusief interview met het afscheidnemend coryfee. Vooraleer ze de boekentas en het krijtje aan de haak hangt, maakte ze immers nog even tijd in haar drukke agenda.

 

Hoe ben je in het onderwijs en op Leiepoort campus Sint-Hendrik terechtgekomen?

Mijn liefde voor talen was al vroeg duidelijk, dus de keuze voor talenstudies was snel gemaakt. Het liefst had ik voor Duits-Frans gekozen, aangezien ik een groot deel van mijn jeugd (tot mijn achttiende) in Duitsland doorgebracht heb. In die tijd was de combinatie van een Romaanse en Germaanse taal echter nog niet mogelijk, dus moest ik een keuze maken. Het werd uiteindelijk Romaanse talen, Frans en Spaans. Toen ik de studies aanvatte, wist ik al dat ik een loopbaan in het onderwijs zou ambiëren. Dat was destijds die opleiding ook een vrij logische stap, veel van mijn medestudenten kozen ook dat pad. De keuze voor het onderwijs was dan ook een doelbewuste keuze, ik ben er niet per toeval ingerold.

In 1980 ben ik dan les beginnen te geven, op twee scholen: de verpleegsterschool in Gent en de Zusters Maricolen, de meisjesschool in Deinze. Het waren zeker andere tijden: toen ik op de verpleegsterschool begon, werd me de kledijcode meteen in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt: te allen tijde waren rok of kleed en nylonkousen te dragen.

In het begin van mijn carrière moest ik dus pendelen tussen twee scholen, en daar kwam dan met Sint-Theresia later nog een derde school bij. Logistiek was dat niet altijd even evident. Later kon ik dan volledig aan de slag op één school, de Zusters Maricolen en in 1997 volgde dan de fusie met het Sint-Hendrikscollege. De volledige meisjesschool, zo’n 500 leerlingen en leerkrachten, verhuisde naar de toenmalige jongensschool. 

Hoewel niet iedereen op de banken stond te juichen voor deze fusie, heb ik ze wel altijd als positief ervaren. Ik vond de wisselwerking die er ontstond heel positief. Wij, als vrouwelijke leerkrachten, konden soms wel iets opsteken van het ietwat rebelse van de mannelijke leerkrachten op Sint-Hendrik. En als ik moet opsommen wat zij allemaal van ons konden opsteken, zou dit interview een omnibus worden.

Voor mij waren de jaren na de fusie dan ook erg mooie jaren. Ik ben dankbaar voor het feit dat ik kon lesgeven op een warme school, met toffe collega’s en leerlingen en waar je als leerkracht veel ruimte en vrijheid krijgt om jezelf te zijn en je als leerkracht te ontplooien.

 

Wat zijn de grootste veranderingen die je in die bijna 40 jaar hebt meegemaakt?

Tja, wat is er niet veranderd? Op het feit dat er nog steeds banken, stoelen en een bord staan na, is vrijwel alles veranderd. En dat is in zekere zin maar goed ook.

De belangrijkste veranderingen zijn voor mij de technologische aanpassingen. In het begin moesten we met stencils werken, die dan later gelukkig al door getypte fotokopieën vervangen werden; hoe dan ook betekende elke verandering aan je les(voorbereiding) dat je het integrale document opnieuw moest typen. Dat kan je je nu niet meer voorstellen…

Ook de potentiële bronnen om je cursussen vorm te geven zijn exponentieel gegroeid. Dat is ergens ook wel een tweesnijdend zwaard: vroeger was je beperkt in materiaal doordat je enkel handboeken, encyclopedieën en kranten had, terwijl je nu met het internet een onuitputtelijke bron aan verscheiden en origineel materiaal hebt. Langs de andere kant had die exhaustiviteit het voordeel dat je het aanbod nog kon bevatten; nu kan je soms blijven zoeken naar een geschikte tekst of het juiste luisterfragment. Enkele uren verder blijf je soms nog met het gevoel zitten dat er misschien nog wel ergens een beter fragment te vinden is.

 

Welke momenten zullen je het meest bij blijven?

Ik denk nog steeds met een erg warm hart terug aan de schoolfeesten die we met de Maricolen organiseerden. Dat waren vrij groots opgezette spektakels, waar we als leerkracht een heel jaar vrijwel wekelijks met leerlingen (op vrijwillige basis) samenwerkten om een soort show, steeds in een bepaald thema, op poten te zetten. Aan het einde kwam daar zelfs een externe regisseur aan te pas om waar nodig te snoeien in de acts. Het culminatiepunt was dan telkens de show in een uitverkochte Brielpoort, steevast voor een uitzinnig publiek. Sommige van de kostuums die we gebruikten (en die soms zelf gemaakt werden door de ouders) heb ik nog steeds in mijn kast hangen. Ze kwamen al bij menig verkleedfeestje van pas.

Ook de collegialiteit op school is één van de zaken waar ik meteen aan moet denken bij die vraag. De vriendschappen onder collega’s, de schoolfeesten tijdens of op het einde van het schooljaar, het groepsgevoel dat op onze school toch wel heerst. Ik heb het gevoel dat concurrentie bij ons - misschien in tegenstelling tot andere sectoren - minder speelt, wat misschien wel tot dit gevoel bijdraagt. Zo kreeg ik bijvoorbeeld naar aanleiding van mijn nakend pensioen al van vele collega’s een kaartje. Verwacht had ik dit niet, maar het doet wel echt deugd.

Wat ik ook altijd fantastisch vond, was het feit dat je elk jaar weer de kans kreeg (en krijgt) om met een nieuwe, propere lei te beginnen en jezelf en je lessen heruit te vinden. Liep het op het einde van het schooljaar ervoor wat stroever of was je over iets in je lessen niet tevreden, dan had je de kans om het volgende jaar beter te doen en met een nieuw elan te beginnen. Dat zorgde er ook voor dat de job nooit verveelde, je hebt veel ruimte om nieuwe dingen uit te proberen of bestaande dingen anders aan te pakken.

En ten slotte vond ik het telkens een prachtig moment als de grote vakantie aanbrak.

 

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

Echt grootse plannen heb ik niet, maar het zwarte gat dreigt nu ook niet meteen. De gebruikelijke clichés zijn hier ook van toepassing, denk ik: meer tijd maken voor familie en vrienden, wat meer sporten en wat meer lezen (en dan vooral niet-schoolgerelateerd lezen). De meeste van die zaken deed ik sowieso al, maar nu kan het zonder de eeuwige gedachte in het achterhoofd: “wat moet ik nog voor school doen?” 

Op zich is het een dubbel gevoel: enerzijds kijk ik uit naar het gevoel dat niets meer echt zal moeten, naar de rust die daarmee gepaard gaat en de kans om nieuwe dingen te ontdekken. Anderzijds is het ook het afsluiten van een hoofdstuk, het gevoel dat je er niet echt meer actief bij zal horen, en dat zal ik ook wel missen. Maar ach, misschien stuur ik de collega’s dan nog wel eens een interessant artikel of idee voor een les door als ik iets tegenkom…

Au revoir!

 

Steven Schatteman

 

Terug naar boven

Terug naar overzicht