INHOUD

1. Wat is CLIL?

2. Waarom CLIL bij ons op school?

3. Welke strategische doelstellingen verwezenlijken via CLIL?

4. Welke lestechniek te gebruiken in een CLIL-les?

5. Hoe evalueren?

6. Waar CLIL bij ons op school?

7. Hoe en wanneer kiezen: tijdspad CLIL Leiepoort Sint-Hendrik?

 

1. Wat is CLIL?

Content and Language Integrated Learning (CLIL) is een vorm van meertalig onderwijs waarin bepaalde lesinhouden of niet-taalvakken worden onderwezen via een bijkomende instructietaal.
In Vlaanderen definiëren we CLIL dan als een werkvorm waarin het Frans, Engels of Duits als instructietaal wordt gebruikt om een niet-taalvak te onderwijzen.
De leerling ontwikkelt zo kennis over de instructietaal én competenties in die taal en in het niet-taalvak.

[Terug]

 

2. Waarom CLIL bij ons op school?

De motivatie van de school om de stap naar CLIL-onderwijs te zetten, wortelt in het groeiende besef van taalvaardigheid in de huidige maatschappij.

België zelf is drietalig en kennis van meerdere talen is dus een must om buiten Vlaanderen te kunnen communiceren. Brussel is tevens de hoofdstad van Europa, wat wil zeggen dat het verhogen van de taalvaardigheid van de leerlingen een vereiste is om mee te draaien op internationaal vlak. Onze school ligt echter in een landelijke omgeving, waardoor onze leerlingen weinig mogelijkheden hebben om dagdagelijks in contact te komen met anderstaligen. En toch speelt de school een grote rol in het verwerven van talenkennis.

Daarnaast blijkt uit de internationalisering van het hoger onderwijs dat talenkennis steeds belangrijker wordt, ongeacht de studierichting. Wij zijn een ASO-school, erop gericht de doorstroom naar het hoger onderwijs voor onze leerlingen te faciliteren. De bedoeling is onze leerlingen klaar te stomen voor een verdere studiecarrière waar steeds meer lessen in het Engels worden gegeven en steeds meer academische teksten in het Duits, Frans of Engels worden aangeboden. Zo zijn onze leerlingen meteen ook beter voorbereid op internationale uitwisselingsprojecten zoals Erasmus en geven we hen een basis mee die onmiddellijk bruikbaar is in het buitenland. Deze basis bestaat niet enkel uit woordenschat en grammatica, maar vooral uit spreekdurf, een competentie die niet toevallig extra wordt gestimuleerd in het CLIL-onderwijs.

CLIL is ook een mooie aanvulling op de jarenlange ervaring die onze school heeft met taalprojecten.

Zo gaan de leerlingen van het tweede middelbaar drie dagen op taalstage naar Namen en worden de leerlingen van het vierde jaar drie dagen ondergedompeld in een Engels taalbad in Londen. Bovendien organiseert de school ook taaluitstappen voor de andere jaren. In het derde jaar gaan de leerlingen een dag op stap met een Franstalige gids in Rijsel, in het vijfde jaar krijgen ze één dag taalopdrachten in Parijs en in het zesde jaar wordt hetzelfde gedaan voor Duits tijdens de uitstap naar Keulen. Verder krijgen onze leerlingen van de bovenbouw ook enkele native speakers op bezoek. In het eerste semester is dit een Engelstalige native speaker en in het tweede semester een Franstalige. We nodigen ook ieder jaar een Engelstalige toneelgroep uit op school om een stuk te spelen voor onze tweede- en derdejaars. Ten slotte organiseert de school ook jaarlijks ‘de week van de Franse film’. Elk leerjaar krijgt tijdens die week een Franse film te zien die voor- en achteraf wordt besproken in de les.

We willen ook het CLIL-traject integreren in ons talenbeleid.

De school ontwikkelde een strategie om de relatie tussen alle taalvakken te versterken. Dit kan onder andere door afspraken rond taalkundige terminologie en timing van leerstofonderdelen.
Nog ruimer zijn er vakoverschrijdende afspraken gemaakt rond bijv. evaluatie van spelling in elk vak. Er is een strategie voor zorgverbreding, met o.a. steunlessen Nederlands, Frans en Latijn, versterkings- en verdiepingslessen Frans en een gestructureerde dyslexiewerking.

Er is een specifiek talenbeleidsplan voor anderstaligen, een individueel begeleidingsplan per OKAN-leerling, een taalscreening voor anderstaligen en specifieke tips voor leerkrachten die lesgeven aan anderstaligen.

Er zijn de taaltoetsen voor alle eerstejaars. Aan de start van ieder nieuw schooljaar wordt immers een signaleringsdictee bij alle leerlingen van het eerste jaar afgenomen. Op die manier kunnen we de leerlingen met moeilijkheden tijdig uitnodigen om gerichte steunlessen te volgen.

[Terug]

 

3. Welke strategische doelstellingen verwezenlijken via CLIL?

Concreet hopen we met de CLIL-lessen niet alleen de specifieke woordenschat uit te breiden, maar de leerlingen ook vlotter theoretische teksten te leren lezen en beluisteren. Dit is wat ze in het hoger onderwijs ook zullen moeten doen. Verder beogen we vooral een grotere spreekdurf bij onze leerlingen. Mocht het project succesvol zijn, dan zou het geweldig zijn om buitenlandse taalstages te doen met de leerlingen.

Daarnaast geloven we in wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat bij leerlingen die CLIL-onderwijs volgen niet alleen de competenties in de doeltaal verhogen, maar ook de competenties voor het zaakvak en de algemene taalvaardigheid. We geloven dat het niet enkel een project is voor de sterke taalleerlingen, maar dat ook - en vooral - de onzekere leerlingen meer zelfvertrouwen krijgen in een vreemde taal. Misschien durven we wel dromen van meer zelfvertrouwen in het algemeen. Als de leerlingen positieve ervaringen opdoen omdat ze iets nieuws hebben durven proberen, of omdat ze zich op onbekend - en misschien angstaanjagend terrein - hebben begeven, dan geeft hen dit misschien ook moed om op andere vlakken een minder gemakkelijke weg in te slaan.

Het CLIL-project past tevens perfect in ons streven naar het uitgebreider realiseren van enkele vakoverschrijdende eindtermen. Zo leren de leerlingen onder andere belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk brengen en kunnen ze de verwerkte informatie vakoverschrijdend en in verschillende situaties functioneel toepassen.

Tot slot willen we met CLIL onze leerlingen ook de beste kansen bieden in het Europa van morgen, waar talenkennis een noodzaak is geworden. Door de afstand tot vreemdetaalsprekers te verkleinen hopen we onze leerlingen op te voeden tot wereldburgers.

[Terug]

 

4. Welke lestechniek te gebruiken in een CLIL-les?

In essentie is het de bedoeling van een CLIL-les dat de leerlingen veel meer aan het woord komen dan de leerkracht zelf. Idealiter komen de leerstof en inzichten dus vanuit de leerlingen.

Dit impliceert dat de lessen zoveel mogelijk zullen bestaan uit activerende werkvormen. Klassieke woordenschat- of grammaticaoefeningen komen niet aan bod in een CLIL-les; het is enkel de bedoeling om de leerstof van het zaakvak aan te brengen. Voorbeelden van handige werkvormen voor een CLIL-les zijn ‘think, pair, share’, coöperatief luisteren, werken met expert- en basisgroepen en spelletjes zoals Waagstuk en Taboe.

De nadruk zal worden gelegd op het aanleren van denkstrategieën: ‘Hoe kan ik met een omweg iets duidelijk maken als ik het woord niet ken?’, ‘Waar kan ik zo snel mogelijk de vertaling van een woord vinden?’, ‘Hoe red ik me in het Engels zonder de hulp van de leerkracht?’ … Het doel is de leerlingen duidelijk te maken dat die vreemde taal geen struikelblok is, maar een handig middel om meer bronnen te kunnen exploreren en om zich internationaal beter uit de slag te kunnen trekken.

[Terug]

 

5. Hoe evalueren?

De evaluatie van de vakinhoud gebeurt op dezelfde wijze als voor de leerlingen die het CLIL-traject niet volgen. Overhoringen, taken en examens maken duidelijk of de leerplandoelstellingen voor het zaakvak bereikt worden.

Het spreekt wel voor zich dat we voor het testen van de vakinhoud in het Engels de vraagstelling op toetsen en examens zullen aanpassen. Een vraagstelling in het Nederlands is vaker een open vraag, waarop een uitgebreider antwoord wordt verwacht. De vraagstelling in het Engels zal eerder enkelvoudige antwoorden beogen of het halen van theorie uit teksten en casussen. Ook multiple choice vragen komen aan bod.

Centraal staat in ieder geval dat we de leerlingen feedback zullen geven over hun evoluties voor zowel de vakinhouden als de taal en dat we daarbij steeds zo motiverend mogelijk te werk zullen gaan.

De evaluatie van de taal zal niet uitgedrukt worden in punten of percentages, dit blijft het voorrecht van de leerkracht van het taalvak (i.c. Engels). We opteren voor een evaluatie die focust op de door de leerling gemaakte progressie en dit voor een reeks van parameters (spreekdurf, zelfredzaamheid en spreekvaardigheid). We hanteren hierbij een evaluatieschaal die gebaseerd is op zelfevaluatie en feedback van de leerkracht.

Wat de resultaten voor het CLIL-vak betreft, zal enkel rekening gehouden worden met de vakinhoud. Onvoldoende vooruitgang of mindere resultaten in het Engels kunnen nooit de reden zijn dat een leerling niet slaagt voor dat vak.  Wel kan de delibererende klassenraad adviseren om het CLIL-traject het volgende schooljaar niet verder te zetten. We houden steeds in het achterhoofd dat we het CLIL-onderwijs zien als een bijkomende kans. Het zal nooit als een argument worden gebruikt om een leerling zijn/haar attest te ontzeggen.

[Terug]

 

6. Waar CLIL bij ons op school?

Vanaf schooljaar 2018-2019 geven wij aan leerlingen van het vijfde jaar de kans om een niet-taalvak in het Engels te volgen.

Leerlingen van 5HUW kunnen ervoor kiezen gedragswetenschappen in het Engels te volgen. Bedoeling is wel in die drie uren gedragswetenschappen alternerend thema’s in het Nederlands en in het Engels aan te bieden. Zo krijgen de leerlingen gemiddeld één of anderhalf uur in het Engels les.

Leerlingen van moderne talen kunnen ervoor kiezen een uur esthetica in het Engels te volgen.

Alle andere leerlingen – dus niet de leerlingen van humane of moderne talen – kunnen ervoor kiezen twee uren geschiedenis in het Engels  te volgen.

Het mag duidelijk zijn dat elke leerling vrij kiest of hij of zij het niet-taalvak in het Engels wil volgen. Indien nodig, zal dus het niet-taalvak ook in het Nederlands worden aangeboden.

De lessen CLIL worden gegeven door leraars die natuurlijk beschikken over de nodige kwalificaties om die lessen in het Engels te mogen geven.

Na grondige evaluatie is het mogelijk dat het aanbod van CLIL in de toekomst wordt uitgebreid naar andere jaarschijven, naar andere niet-taalvakken en naar andere instructietalen.

[Terug]

 

7. Hoe en wanneer kiezen: tijdspad CLIL Leiepoort Sint-Hendrik

Op de infodag van zondag 11 maart 2018 stellen we CLIL kort voor op een infobord in de taalklas.

Op de infoavonden studiekeuze voor vierdes – op dinsdag 20 maart voor klassen klassieke talen en op woensdag 21 maart voor de klassen economie, humane wetenschappen en wetenschappen stellen de leraars CLIL het project voor aan de ouders.

Op een infoavond CLIL op woensdag 16 mei nodigen we geïnteresseerde ouders en leerlingen uit voor een korte voorstelling van het project én voor een proefles esthetica, gedragswetenschappen en geschiedenis, in het Engels uiteraard. U zal als ouder en leerling de kans krijgen voor deze avond in te tekenen.

Elke vierdejaar ontvangt een keuzeformulier waarop hij of zij zijn of haar keuze duidelijk maakt en dit tegen dinsdag 22 mei. Het formulier bevat ook een engagementsverklaring die de leerling ertoe verbindt bij zijn of haar keuze te blijven voor een volledig schooljaar. Alleen de klassenraad kan beslissen dat een overstap noodzakelijk is.

We houden u verder graag op de hoogte via onze website leiepoortdeinze.be

[Terug]

ANDERE DOSSIERS IN DOSSIERH